The paradox of choice: het woud aan zorgpolissen

Vlak voor de zomervakanties presenteerde minister Schippers plannen om de ‘jungle’ aan zorgpolissen aan te pakken. In een brief aan de Tweede Kamer doet de minister een beroep op zorgverzekeraars om hun polis aanbod transparanter te maken, bijvoorbeeld door het aantal verschillende zorgpolissen waaruit mensen kunnen kiezen terug te brengen.150815 keuze

Wat is het (ervaren) probleem?

In december 2014 sneuvelde het voorstel van minister Schippers om zorgverzekeraars meer vrijheid te geven bij de zorginkoop via de budgetpolis. In het daaropvolgende debat in de Tweede Kamer over de rol van verzekeraars in de zorgstelsel brachten Kamerleden naar voren dat het aantal polissen moest worden beperkt. Op verzoek van de minister onderzocht de NZa of er inderdaad te veel polissen waren.

De feiten

Door de jaren heen is het aantal polissen waaruit de verzekerden kunnen kiezen gestaag toegenomen. In de Vektis Zorgthermometer (april 2015) lezen we dat in 2010 nog 52 polissen werden aangeboden, inmiddels is dat aantal gegroeid tot 71. Daaronder zijn 17 polissen met een zogeheten “selectief zorgaanbod”. De meeste van deze polissen hebben een lagere premie dan de gemiddelde premie.

De NZa heeft deze polissen onder de loep genomen en uit dat onderzoek blijkt dat bij tien van de zeventien polissen vooral ziekenhuiszorg selectiever ingekocht. Mensen moeten soms dus verder reizen voor een behandeling. Bij één polis loopt de herhaalmedicatie verplicht via een internetapotheek en bij vier polissen kun je hiervoor maar bij een beperkt aantal apotheken terecht. Zo’n 1,25 miljoen Nederlanders (7,5% van de verzekerden) hebben gekozen voor een polis met dergelijke voorwaarden.

De beeldvorming is anders, maar de NZa trekt twee belangrijke conclusies:

  1. Verzekerden kunnen, als dat medisch noodzakelijk is, zonder extra kosten voor een complexe behandeling naar een academisch ziekenhuis. Ook als dat niet gecontracteerd is.
  2. De verzekeraars hebben een zorgplicht en uit het onderzoek blijkt dat voor deze zeventien polissen voldoende zorg is ingekocht.

Paradox of choice?

Als we alle mogelijkheden op een rij zetten, dan is eenvoudig te begrijpen waarom mensen door de bomen het bos niet meer zien. Door de verschillende variabelen ontstaat een omvangrijk palet aan keuzes. Om te beginnen zijn er 9 concerns waar in totaal 25 zorgverzekeraars (risicodragers) onder vallen. Dan hebben mensen keuze uit een naturapolis, restitutiepolis, combinatiepolis of een selectief polis. Dat leidt tot de genoemde 71 verschillende polissen.

Maar dan zijn we er nog niet. Het is namelijk ook mogelijk om – bovenop het verplichte eigen risico van €375 – te kiezen voor een vrijwillig eigen risico. Dat drukt de premie, maar kan financieel flink aantikken als je gezondheidsklachten hebt of krijgt. Niet veel mensen kiezen hiervoor (12%), en van hen gaat het merendeel (69%) voor het maximum van €500 extra eigen risico. Ook zijn er kortingen te krijgen voor zorgverzekeringen via (gelegenheids- of werkgevers)collectiviteiten . Tot slot zijn er nog keuzes mogelijk rond de aanvullende verzekering, namelijk (1) neem je er een? (2) ga je voor beperkt of uitgebreid? (3) neem je tandheelkunde of andere dingen expliciet mee? Kortom: volop garanties voor keuzestress.

Is dat een probleem?

Nou, ja, eigenlijk wel. Beleidsmakers hebben vaak de aanname dat meer keuze leidt tot vrijheid, en dat vrijheid leidt tot een stijging in welvaart en geluk. In de praktijk blijkt dat mensen ongelukkiger worden, naarmate het aantal keuzemogelijkheden toeneemt, aldus Professor Barry Schwartz. In zijn boek ”The paradox of choice: Why more is less” geeft hij daar twee verklaringen voor.

  1. Te veel keuze verlamt ons: meer keuze maakt het niet eenvoudiger maar juist lastiger om de beste optie te kiezen. Door meer keuze bestaat de kans dat we niet (kunnen) kiezen.
  2. Te veel keuze leidt tot ontevredenheid: ook al zijn we wél in staat om een keuze te maken, dan zorgt de overmaat aan keuze er alsnog voor dat we minder tevreden zijn met de gemaakte keuze (“The Leaking Principle” – Keys & Schwartz, 2005). We blijven ons afvragen of het wel de juiste keuze was …

Maar is het zelfs reden voor overheidsingrijpen?

Dat is nog maar de vraag. Ook als er sprake is van marktfalen (keuzestress door informatie overload, ondoorzichtigheid van de markt), kan het medicijn erger zijn dan de kwaal. Bij een bakker is keuze uit tientallen soorten “normaal” brood (bruin en wit, volkoren, meergranen, melk), of meerdere soorten croissants, uit worstenbrood, Belgisch worstenbrood en saucijzenbrood, uit eierkoek, spelteierkoek, volkoren eierkoek, eierkoek met krenten en/of suiker. En dan zeggen we toch ook niet: ho ho, laten we toewerken naar de helft van het assortiment.

Mogelijk sluit het grote aantal polissen aan bij wensen van mensen en zoekt de markt nog naar een optimale balans. Als blijkt dat eenvoud de reden achter het succes van DSW is – deze zorgverzekeraar biedt alleen een restitutiepolis en heeft geen korting voor collectiviteiten – dan zullen vanzelf andere zorgverzekeraars dit voorbeeld volgen.

Bovendien zijn er anderen die in de (beperkte) mobiliteit en de hoge tevredenheid van mensen met hun eigen zorgverzekeraar juist een bevestiging zien dat er echt verschillende keuzes mogelijk zijn én gemaakt worden.

Tot slot zit er een paradoxale kant aan het verhaal. Immers, tegelijk met onvrede over de ‘jungle’ aan polissen wordt aan de andere kant stelselmatig geklaagd over de doorgeschoten macht van (de vier grote) zorgverzekeraars. Door de verregaande concentratie zou er weinig te kiezen over blijven …

Tags: , , , , , , , ,

Comments are closed.