Geestelijke verzorging in de thuissituatie: Minister pakt geconstateerde knelpunten in de bereikbaarheid en financiering aan

Op maandag 8 oktober stuurde Minister De Jonge (VWS) een brief aan de Tweede Kamer  met een plan van aanpak voor het ondersteunen van levensbegeleiders/geestelijk verzorgers. Als bijlage bij de Kamerbrief is ons inventariserend onderzoek bijgevoegd.

Wat is geestelijke verzorging?

De behoefte aan zingeving is alledaags en universeel, maar is tegelijk heel persoonlijk en kan meer existentieel worden bij situaties van ziekte, lijden en dood. In deze situaties raakt het alledaagse proces van zingeving verstoord, en worden veel mensen geconfronteerd met levensvragen met betrekking tot bijvoorbeeld eenzaamheid, verlies, schuld en spijt. De begeleiding van deze levensvragen kan veel verschillende vormen aannemen.

Geestelijke verzorging is de professionele begeleiding, hulpverlening en advisering bij zingeving en levensbeschouwing. De laatste jaren is er meer aandacht voor spiritualiteit en zingeving in de zorg, onder invloed van een bredere interpretatie van het begrip gezondheid. Spirituele zorg wordt door de veldpartijen gezien als integraal onderdeel van het zorgproces.

Zorgvuldig Advies heeft in opdracht van het ministerie van Volksgezondheid Welzijn en Sport (VWS) een inventariserend onderzoek uitgevoerd naar de bereikbaarheid en financiering van geestelijke verzorging in alle zorgdomeinen.

Huidige situatie

Ons thematisch onderzoek concludeert dat de bereikbaarheid van geestelijke verzorging niet optimaal is. Dit heeft meerdere oorzaken die zich op verschillende niveaus bevinden. Een eerste oorzaak is dat de aard van levensvragen zodanig is dat ze zich niet makkelijk laten vertalen in een hulpvraag. Een tweede oorzaak is dat patiënten, naasten en zorgverleners onvoldoende bekend zijn met de (deskundigheid van) geestelijk verzorgers. Een derde oorzaak van gebrekkige toegankelijkheid is dat geestelijk verzorgers organisatorisch niet altijd integraal onderdeel uitmaken van het zorgproces. Dit laatste is met name het geval in de eerstelijnszorg. Hier zijn geestelijk verzorgers doorgaans geen onderdeel van de zorgorganisatie. Verder speelt mee dat er signalen zijn dat ook het aantal geestelijk verzorgers in intramurale settings afneemt en dat mensen vanuit ziekenhuizen sneller naar huis gaan en sowieso langer thuis wonen.

Voor wat betreft de financiering concludeert het onderzoek dat de financiering van geestelijke verzorging een lappendeken is en vooral in de thuissituatie gaten vertoont. Zorginstellingen zijn op grond van de Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz) verplicht om geestelijke verzorging aan te bieden. Dit is echter niet in een afzonderlijke prestatie is gedefinieerd. Geestelijke verzorging is in ieder geval zorg die via een diagnose-behandelcombinatie (DBC) of een zorgprofiel bekostigd wordt.

Voor een mogelijke zelfstandige aanspraak op geestelijke verzorging is aangetoonde effectiviteit op meetbare uitkomsten nodig  om te voldoen aan het criterium ‘stand van de wetenschap en praktijk’. Er bestaan twijfels of de aard van de begeleiding door geestelijk verzorgers past binnen het beoordelingskader van het Zorginstituut.

Bij partijen in de eerstelijnszorg zijn er beperkte mogelijkheden om geestelijke verzorgers te financieren en bestaan onduidelijkheden over de voorwaarden waaronder geestelijke verzorging kan worden ingezet. Ook ontstaan knelpunten door de schotten in de financiering ten aanzien van de continuïteit van geestelijke verzorging bij opname en ontslag uit het ziekenhuis, verpleeghuis of revalidatiecentrum.

Het is wenselijk om de mogelijkheden voor geestelijke verzorging in de eerste lijn te vergroten, zowel in de palliatieve zorg als zorg in breder perspectief (levensbegeleiding). Daarvoor zijn succesvolle experimenten, zoals het aanbod van geestelijke verzorging via centra voor levensvragen, financiering van consulten door een geestelijk verzorger via de netwerken palliatieve zorg en initiatieven van gemeenten om vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) middelen beschikbaar te stellen.

Plan van aanpak

Minister De Jonge wil graag dat levensbegeleiding/geestelijke verzorging getrapt wordt aangeboden. Allereerst zijn mensen en hun sociale omgeving zelf verantwoordelijk voor invulling van zingeving en betekenis in hun leven. Als er sprake is van ingrijpende veranderingen in het leven van mensen, zoals ziekte en overlijden, kunnen mensen terecht bij maatschappelijk werkers of hun reguliere zorgverleners. Wanneer een cliënt of patiënt behoefte heeft aan professionele begeleiding bij levensvragen, kan deze zich wenden tot een geestelijk verzorger. Deze geestelijk verzorgers moeten waar nuttig en gewenst ook kunnen meedraaien in diverse multidisciplinaire overleggen.

Het concrete plan voor de korte en middellange termijn bestaat uit twee delen:
1. De daadwerkelijke inschakeling van geestelijk verzorgers in de thuissituatie verbeteren, omdat daar volgens het thematische onderzoek het grootste knelpunt ligt. Hiervoor zijn vanaf 2019 jaarlijks 7 miljoen euro vanuit de Regeerakkoordmiddelen beschikbaar, waarvan 5 miljoen structureel vanaf 2021.
2. Investeren in het faciliteren van de netwerken palliatieve zorg bij het opzetten van faciliteiten, alsook in de verdere ontwikkeling van geestelijke verzorging (op gebieden als kwaliteit, bekendheid, onderzoek en onderwijs).

Op middellange termijn wil de minister komen tot een landelijk dekkend en kwalitatief goed aanbod van levensbegeleiding voor ouderen en hun naasten; of men nu thuis of in een instelling verblijft.