Fraude opsporen in de zorg kan beter

Het aantal bewezen fraudegevallen in de zorg neemt af.

Over het jaar 2015 hebben zorgverzekeraars voor 11,5 miljoen euro aan fraudegevallen kunnen bewijzen, versus 18,7 miljoen euro over het jaar 2014. Wat zegt dit nu eigenlijk? Doen verzekeraars beter hun werk of is het lastiger om vermoedens van fraude ook daadwerkelijk te bewijzen. Het is een feit dat zorgverzekeraars het afgelopen jaar een slag hebben gemaakt in het aanscherpen van hun onderzoek- en opsporingsmogelijkheden. Zorgverzekeraars werken de laatste jaren steeds intensiever samen. Fraudeurs maken immers geen onderscheid naar verzekeraar, alle verzekeraars hebben er last van. Samenwerking is noodzakelijk om de problemen aan te pakken.

Tegelijkertijd zijn zorgverzekeraars geen OM, FIOD of politie. Hun bevoegdheden en het instrumentarium is beperkt. Het kost tijd en is lastig om fraudegevallen daadwerkelijk te bewijzen. Het lijkt dus ook voor zorgverzekeraars zelf lastig om de afname te verklaren. Opmerkelijk het verschil in omvang tussen zorgfraude en geconstateerde fouten. Waar we bij fraude over 11,5 miljoen euro spreken gaat het bij fouten om 505 miljoen euro in 20015. Fouten, en vooral het patroon achter fouten, kunnen in belangrijke mate een indicatie vormen voor het bestaan van zorgfraude. Het zou voor zowel zorgverzekeraars als gemeenten de investering waard zijn om de relatie tussen fouten en zorgfraude nader onder de loep te nemen.

Zorgvuldig Advies deed in 2015 voor het ministerie van VWS onderzoek naar de inzet van het wettelijk instrumentarium door zorgverzekeraars bij zorgfraude en fouten.