Een boost van zorgtoerisme naar Nederland voor cataractoperaties?

Afgelopen week stond er een artikel over de grote verschillen die er in België zijn bij de prijzen van cataractoperaties. Voor wie dacht dat Nederland het enige Europese land was met “marktwerking” een eye-opener (pun intended). Ook in België zijn er verschillen in kwaliteit, in service (wachttijden) en in prijs – zo blijkt.

Cataract, ook wel staar genoemd, is een vertroebeling van de ooglens. De enige oplossing is een operatie waarbij die ooglens wordt vervangen door een implantaat. Het is een veel voorkomende aandoening en daardoor één van de meest uitgevoerde operaties.  In 2011 werden in België zo’n 115.000 cataractoperaties uitgevoerd. Ter vergelijking: in Nederland is het aantal cataractoperaties de afgelopen jaren  toegenomen van 80.000 in 1998  tot meer dan 120.000 in 2003 en inmiddels ruim 150.000 in 2010.

In Belgie is nu onderzoek verricht voor de Socialistische Mutualiteiten waarbij de facturen van 27.526 cataractoperaties in dagopname zijn verzameld. Op de website van het onderzoeksbureau lezen we: “in het duurste ziekenhuis van België kost de ingreep in een gedeelde kamer in totaal € 2 159, in het goedkoopste ziekenhuis is dat maar € 1 358. Daarvan betaalt een gewoon verzekerde gemiddeld € 300 uit eigen zak. In het duurste ziekenhuis kost een cataractoperatie voor de patiënt bijna € 650 meer aan supplementen, terwijl de patiënt hier geen enkele toegevoegde waarde van ondervindt. Een eenpersoonskamer maakt het kostenplaatje zelfs nog duurder, terwijl de patiënt amper enkele uren op de kamer vertoeft. Opnieuw extra kosten zonder meerwaarde.”

Vooral in Brussel liggen de tarieven hoger. Dat komt vaak doordat specialisten hogere tarieven hanteren – zogeheten ereloonsupplementen. Andere ziekenhuizen zijn juist duur voor de patiënt omdat ze hogere materiaalsupplementen aanrekenen – bijvoorbeeld als ze multifocale lenzen gebruiken die niet vergoed worden door de zorgverzekering (kosten van dit soort lenzen: tot 1.000 euro).

Een andere vaststelling zijn de lange wachttijden. Gemiddeld moet een patiënt 61 dagen wachten op een eerste consult. Maar er zijn grote regionale verschillen. In Brussel is de wachttijd gemiddeld 33 dagen , in Vlaanderen 49 en in Wallonië 88 dagen. Een kwart van de ziekenhuizen heeft een wachttijd van 90 dagen of meer, in een enkel geval bedroeg die zelfs 263 dagen. De privésector kent een kortere wachttijd (gemiddeld 29 dagen) maar rekent vaak een flink hogere prijs. De onderzoekers en de Socialistische Mutualiteiten vrezen tweedeling: “er (dreigt) een gezondheidszorg op twee snelheden … te ontstaan”.

In dat opzicht lijkt de situatie  op de Nederlandse. Vorig jaar nog constateerden Heijink en Mosca in ESB dat er substantiele prijsverschillen waren tussen ziekenhuizen (gemiddelde prijs ca 1350 euro, uitersten van ongeveer 1000 en 1600 euro), dat die prijsverschillen tussen 2006 en 2009 stabiel bleven, en dat ZBC’s lagere prijzen realiseerden dan ziekenhuizen (1050 a 1200).

Maar we zitten gemiddeld wel vele honderden euro’s onder de Belgische prijzen. Zou daarmee dan eindelijk zorgtoerisme naar Nederland een boost krijgen? Prettige droombeelden op een koude dag in maart midden in crisistijd 😉

Comments are closed.