Skip to content

12-07-2022

Ongelijkheid in de publieke gezondheidszorg?

Een eerste inventarisatie van verschillen tussen GGD’en

Bij gezondheidszorg denken we vaak aan huisartsen, ziekenhuizen en de rol van de zorgverzekeraar, minder aan de publieke gezondheidszorg en de publieke zorgverleners. Van alle zorgwetten is de Wet publieke gezondheid (Wpg) waarschijnlijk het minst bekend. En dat terwijl de Grondwet al sinds 1865 voorschrijft dat “de overheid maatregelen moet nemen om de volksgezondheid te bevorderen”. Deze overheidsverplichting is sinds 2008 verder uitgewerkt in de Wpg. De belangrijkste uitvoerder van die wet: de Gemeentelijke Gezondheidsdiensten (GGD’en).

De rol van de GGD’en in de publieke gezondheid

Naast de direct zichtbare en cruciale rol van de GGD’en in de bestrijding van infectieziekten (zoals tijdens de coronapandemie), staan de GGD’en voor een minstens zo belangrijke, maar minder zichtbare taak: het bewaken, beschermen en bevorderen van de gezondheid van alle Nederlanders. Via een landelijk dekkend netwerk van in totaal 25 GGD’en, voeren zij in opdracht van lokale overheden (de gemeenten) de wettelijke taken uit voor de publieke gezondheid. Deze taken zijn onderverdeeld in vier pijlers:

1) Monitoring, signalering en advisering,

2) Gezondheidsbescherming,

3) Crisisbeheersing, en

4) Toezicht.

Onder deze pijlers vallen een aantal veelvoorkomende taken die alle GGD’en uitvoeren. Toch doet niet elke GGD hetzelfde. Naast de basistaken, kunnen de taken die GGD’en uitvoeren per regio verschillen. Elke regio kent zijn eigen kenmerken in grootte, aantallen inwoners, veelvoorkomende gezondheidsproblematiek en leefomgeving(en). Waar in de ene regio veel kinderen overgewicht hebben, bevindt zich in een andere regio een haven waar toezicht op wordt gehouden, en is in weer een andere regio meer aandacht voor seksueel overdraagbare aandoeningen. Zo is de ene GGD actief in de jeugdgezondheidszorg, waar een andere GGD betrokken is bij de ambulancedienstverlening of GHOR-taken uitvoert. Dit maakt het lastig om GGD’en met elkaar te vergelijken.

Het belang van preventie

Tijdens de coronapandemie hadden de GGD’en een belangrijke rol als uitvoerders van het testen, traceren en vaccineren. Maar het vervullen van die taken bleek geen a-b-c’tje. De GGD’en raakten door de jaren heen steeds verder uitgehold door afnemende budgetten en ondervonden grote uitdagingen bij het vervullen van de taken die ze er tijdens de pandemie opeens bijkregen. Naast de middelen en mensen die nodig zijn om tijdens een pandemie op te kunnen schalen, heeft de coronacrisis ook laten zien dat publieke gezondheid de basis vormt voor een gezonde en open samenleving. Het kabinet heeft daarom in het regeerakkoord de noodzaak voor het versterken van de publieke gezondheidszorg onderstreept en wil meer aandacht voor preventie en een gezonde leefstijl. Dit is overigens niet nieuw. Er is al langere tijd een groeiend besef dat de focus in de gezondheidszorg minder moet liggen op het behandelen van ziekte, maar juist meer op het voorkomen ervan. Preventie en gezondheidsbevordering zijn daarmee thema’s die steeds meer aandacht krijgen. Eind 2018 werd het Nationaal Preventieakkoord gesloten tussen de overheid en meer dan 70 partners waaronder zorgaanbieders, zorgverzekeraars, gemeenten, scholen en bedrijven. Op regionaal niveau worden inmiddels ook regionale preventieakkoorden gesloten en -coalities gevormd, waarbij de GGD’en in de meeste gevallen nauw betrokken zijn.

De GGD als gezondheidsbevorderaar

De GGD heeft een belangrijke taak als het gaat om gezondheidsbevordering van de Nederlandse bevolking. Het bevorderen van een gezonde leefomgeving gaat over thema’s als alcohol, roken, overgewicht, bewegen en depressie. Dit is een breed taakveld waarbij wordt samengewerkt met verschillende partijen zoals gemeenten, thuiszorg, welzijnsinstellingen, sportorganisaties en scholen. De adviestaken van de GGD vallen onder pijler één van de wettelijke taken uit de Wpg en betreffen zowel het beïnvloeden van de omgeving als het beïnvloeden van gedrag. De gemeenten zijn uiteindelijk verantwoordelijk voor lokale gezondheidsbevordering en geven hier invulling aan naar gelang de behoefte en focus in de regio. GGD’en zijn als uitvoerder regionaal betrokken bij o.a. projecten zoals Gezonde School of Gezonde Wijk. Hoe effectief en efficiënt deze projecten zijn in het daadwerkelijk bevorderen van de gezondheid is meestal niet bekend.

Eens per twee jaar wordt met een aantal indicatoren het werk van de 25 GGD’en voor veelvoorkomende taken met elkaar vergeleken. Het meest recente benchmarkonderzoek komt uit 2019. Binnenkort zullen de resultaten uit 2021 volgen; waarmee waarschijnlijk ook de effecten van de coronacrisis per GGD zichtbaar worden. De benchmark van 2019 geeft onder andere inzicht in de verschillen in het aantal FTE gezondheidsbevordering per 100.000 inwoners en de verschillen in budget dat jaarlijks wordt uitgegeven voor gezondheidsbevordering per 100.000 inwoners.

De werkzaamheden op het gebied van gezondheidsbevordering worden verschillend ingevuld naar gelang de behoefte in een regio. Dat wordt weerspiegeld in een grote variatie van het aantal FTE gezondheidsbevordering per GGD (tabel 1). GGD Gelderland-Midden heeft als enige GGD geen afdeling voor gezondheidsbevordering. Deze GGD borgt deze taak in de organisatielijn en daarnaast wordt wat in de markt te krijgen is door gemeenten daar ingekocht. Dat een grootstedelijk gebied als Rotterdam-Rijnmond relatief weinig FTE beschikbaar heeft, komt omdat de uitvoering van gezondheidsbevordering bij de gemeente zelf ligt. We zien niet alleen verschillen in menskracht, maar ook in het jaarlijkse budget dat beschikbaar is voor gezondheidsbevordering (tabel 2). Gemiddeld was in 2019 €139.410 beschikbaar per 100.000 inwoners, 16% meer dan in 2017. Toch zien we dat 70% van de GGD’en minder dan dit gemiddelde bedrag te besteden heeft.

De verschillen in menskracht en budget tussen GGD’en zijn dus erg groot. Maar betekent dit ook dat er meer of betere gezondheidsbevordering plaatsvindt in Amsterdam dan in Utrecht? Is er meer aandacht voor een gezonde omgeving in Friesland dan in Drenthe?

Vanwege de verschillende regionale invulling van taken en het gebrek aan contextuele informatie zijn antwoorden voorbarig. Met alleen inzicht in menskracht en budget wordt niet voldoende duidelijk hóe GGD’en hun rol vervullen, welke kwaliteit ze leveren en met welke (gezondheids)effecten. En daarnaast, (hoe) werken GGD’en samen op het gebied van gezondheidsbevordering? Weten GGD’en eigenlijk wel hoe dit thema in andere regio’s wordt vormgegeven? Leren ze (effectief) genoeg van elkaar? Dit zijn vragen die GGD’en zichzelf, in de luwte van de coronacrisis, zouden moeten stellen, om de publieke gezondheid effectief te kunnen blijven bevorderen.

De rol die de GGD in de toekomst gaat spelen in de publieke gezondheidszorg gaat waarschijnlijk veranderen. Op dit moment vinden er grondige evaluaties plaats over de aanpak van de COVID-19 pandemie, wordt er gewerkt aan de ontwikkeling van een Landelijke Functionaliteit Infectieziekten en komt het nieuwe kabinet met plannen voor veranderingen in het vaccinatiestelsel en versterking van de publieke gezondheidszorg. Zo is staatssecretaris van Ooijen voornemens om een publieke vaccinatievoorziening voor volwassenen bij de GGD’en te organiseren om een toekomstbestendig en wendbaar vaccinatiestelsel voor volwassenen te bewerkstelligen. De verwachting is dat dergelijke beslissingen niet alleen gevolgen zullen hebben op de taken van GGD’en, maar ook op de vrijblijvendheid voor de invulling hiervan.

Bronnen: