Skip to content

23-11-2021

Onderzoeksrapport over Zorg bij de audicien gepubliceerd

Veel slechthorenden hebben baat bij een passend hoortoestel. Zorginstituut Nederland heeft echter vermoedens dat de zorg bij audiciens verbeterd kan worden en is binnen het programma Zinnige Zorg een traject gestart om dit te onderzoeken. Zorgvuldig Advies heeft samen met onderzoeksbureau Panaxea opdracht gekregen om onderzoek te doen naar de verschillende praktijkstappen in de zorg bij de audicien voor volwassenen met perceptieve slechthorendheid. Het eindrapport is op 8 november 2021 gepubliceerd en gaat door het Zorginstituut gebruikt worden om samen met betrokkenen tot een verbetersignalement voor de zorg bij de audicien te komen.

Het onderzoek

Voor dit onderzoek hebben wij twee vragenlijsten ontwikkeld. De vragenlijst voor slechthorenden is 242 keer ingevuld en de vragenlijst voor audiciens 293 keer. Daarnaast hebben wij 4 slechthorenden en 8 audiciens geïnterviewd om zo de antwoorden van de vragenlijst te kunnen verdiepen. Deze grote respons is mede te danken aan een constructieve samenwerking met verschillende partijen uit het veld, namelijk NVAB, de Kwaliteitsaudiciens, AudiNed, Stichting HoorProfs, Collectief van Zelfstandige Audiciens, Stichting HoorMij/NVVS en de KBO-PCOB.

Hoe vindt de zorg bij audiciens plaats?

In de zorg bij audiciens kunnen verschillende stappen onderscheiden worden: de keuze voor een hoorhulpmiddel, de instelling en proefperiode met een hoortoestel, en tenslotte de nazorg. Bij sommige onderdelen van de zorg hanteren de meeste audiciens dezelfde manier van werken. Zo geeft meer dan 95% van de audiciens aan de COSI- en AVL-vragenlijsten te gebruiken bij het onderzoeken van het gehoorverlies, en voert meer dan 95% standaard een otoscopie, een toonaudiogram voor lucht- en beengeleiding en spraakaudiometrie.

Ook wordt de keuze voor een hoortoestel gebaseerd op dezelfde overkoepelende factoren: namelijk de uitkomsten van metingen, de wensen van de klant en het professioneel oordeel van de audicien. spraakaudiometrie. Het professionele oordeel wordt omschreven als de ervaring en/of de intuïtie van de audicien die samen komen met de kenmerken en wensen van de slechthorende en de uitkomsten van metingen en vragenlijsten. De door slechthorenden meest genoemde wensen voor een toestel zijn: het formaat van het toestel, batterijduur, oplaadbaarheid, connectiviteit met een telefoon en het merk.

Bij de nazorg zijn juist verschillen tussen audiciens: sommige audiciens benaderen alle klanten actief, terwijl anderen het aan de klant laten om terug te komen als daar behoefte aan is. De meeste slechthorenden geven aan gebruik te hebben gemaakt van (een vorm van) nazorg. Ook zijn er grote verschillen in de informatie die audiciens verstrekken, en de informatie waarvan slechthorenden aangeven dit te hebben ontvangen. Over het algemeen geven audiciens aan veel vaker informatie te verstrekken over bepaalde onderwerpen dan slechthorenden aangeven deze informatie te hebben gekregen.

Voor het instellen van een hoortoestel voor eerste gebruik wordt door bijna alle geïnterviewde audiciens gebruik gemaakt van de software (rekenregels) van de fabrikant. De basisinstelling is gedeeltelijk geautomatiseerd. Om vervolgens te bepalen of de instelling optimaal is of dat aanpassing nodig is, gebruiken bijna alle audiciens (>90%) altijd of vaak metingen, het professionele oordeel en het oordeel van de cliënt.

Tot slot zijn er verschillen tussen audiciens over de mate waarin zij de nut en noodzaak zien van toestellen uit de buitencategorie. Slechthorenden en audiciens vinden de procedure voor vergoeding van toestellen uit de buitencategorie wel omslachtig.

Wilt u meer weten over de uitkomsten van ons onderzoek? Dan verwijzen we graag naar het volledige onderzoeksrapport. Heeft u vragen naar aanleiding van dit onderzoek? Dan kunt u contact opnemen met Marike Ulehake.